Het overgrote deel van de rooms-katholieke kerken zit in de financiële problemen. Dat blijkt uit onderzoek van de krant Trouw. Bijna acht op de tien parochies staan in het rood en bij elkaar opgeteld leden de 640 parochies vorig jaar een verlies van 15 miljoen euro.

Samen met onderzoekscollectief Spit bekeek Trouw de verkorte weergave van de inkomsten en uitgaven die parochies verplicht zijn te publiceren. Daaruit rijst volgens de krant een weinig rooskleurig beeld op.

Met 3,7 miljoen leden is de RKK nog steeds het grootste kerkgenootschap van Nederland, maar voor een heel groot deel van de leden blijft het bij een lidmaatschap op papier. Slechts zo’n 30 procent doet jaarlijks een financiële bijdrage via de Actie Kerkbalans, de inzamelingsactie waarmee de kerk een groot deel van de inkomsten binnenhaalt.

Bron van inkomsten

Vorig jaar leverde de actie bijna 66 miljoen euro op, maar een jaar eerder was dat nog bijna 73 miljoen euro. Een daling van 10 procent in een jaar tijd dus, die deels werd veroorzaakt door de coronacrisis. Daardoor kwam er vorig jaar bijna niemand in de kerk en vielen de collecteopbrengsten veel lager uit.

Het aantal kerkbezoekers neemt volgens Joris Kregting, religiewetenschapper aan de Radboud Universiteit, ook zonder corona al ieder jaar met 10 tot 15 procent af en ligt nu op zo’n 200.000. “Parochies zijn afhankelijk van kerkleden die geld geven en als er minder kerkleden komen, dan komt er uiteindelijk ook minder geld in het laatje”, zei hij in het NOS Radio 1 Journaal.

Ze zullen zich een wat kleinere jas moeten aanmeten.

Joris Kregting, Radboud Universiteit

De grootste kostenposten van de kerken zijn salarissen en het onderhoud van de kerkgebouwen. “Kerkgebouwen zijn grote gebouwen met enorm veel onderhoud. Sommige zijn een monument en dan krijgen ze natuurlijk ook wat subsidie van de overheid, maar de meeste parochies moeten dat kerkgebouw toch grotendeels zelf betalen”, zegt Kregting. Hij verwacht dat er op korte termijn steeds meer kerkgebouwen zullen sluiten.

Een reorganisatie binnen de kerk is volgens hem de enige mogelijkheid om de verliezen tegen te gaan. “Ze zullen zich een wat kleinere jas moeten aanmeten. Niet in ieder dorp meer een eigen kerk.”

De rooms-katholieke kerk in Nederland is in een negatieve spiraal beland die niet lijkt te stoppen, laat onderzoek van deze krant zien: een grote meerderheid van de parochies lijdt verlies, en er is niets dat erop wijst dat het tij kan worden gekeerd.

Het overgrote deel van de Nederlandse rooms-katholieke parochies zit in de financiële problemen: bijna acht op de tien parochies staan in het rood. Bij elkaar opgeteld leden de 640 parochies vorig jaar een verlies van 15 miljoen euro.

Dat blijkt uit onderzoek door deze krant, in samenwerking met onderzoekscollectief Spit. Daarvoor werden de financiën van alle parochies tegen het licht gehouden. Omdat de parochies Anbi-instellingen zijn (wat betekent dat giften aan de parochies aftrekbaar zijn van de inkomstenbelasting), zijn ze verplicht om een verkorte weergaven van hun inkomsten en uitgaven te publiceren. Daaruit rijst een weinig rooskleurig beeld op.

In een gestaag en langjarig proces van vergrijzing en ontkerkelijking is de rooms-katholieke kerk in Nederland in een negatieve spiraal beland. De rooms-katholieke kerk in Nederland is nog steeds het grootste kerkgenootschap van het land, met zo’n 3,7 miljoen leden. Maar voor een heel groot deel van hen blijft het bij een lidmaatschap op papier. Ongeveer 30 procent van de katholieken doet jaarlijks een financiële bijdrage via de Actie Kerkbalans, de inzamelingsactie waarmee de kerk een groot deel van de inkomsten binnenhaalt. En het aantal katholieken dat actief betrokken is bij een parochie is nog veel kleiner: de groep gelovigen die nog met enige regelmaat naar de kerk gaat is geslonken tot zo’n 150.000, 4 procent van alle katholieken.

Het kost steeds meer moeite om de kosten van het kerkelijke leven bij elkaar te brengen. De verliezen nemen dan ook toe. In 2019 telden de verliezen van de parochies op tot ongeveer 10 miljoen. Toen stonden nog zeven van de tien parochies in het rood. Een jaar later is dat dus bijna acht op de tien, met een gezamenlijk verlies dat nog eens 5 miljoen euro hoger uitkomt. Dat verschil is voor een groot deel te verklaren door grote koerswinsten van drie parochies in het bisdom Den Bosch in 2019.

De grootste verliezen in het bisdom Roermond

En er is niets dat erop wijst dat het tij kan worden gekeerd. De grootste verliezen worden gemaakt in het bisdom Roermond, dat de provincie Limburg omvat: met 7 miljoen euro verlies zijn de parochies uit dat bisdom verantwoordelijk voor bijna de helft van het complete verlies van de Nederlandse parochies in 2020.

Bijdragen van kerkleden zijn voor de parochies de belangrijkste bron van inkomsten. Vorig jaar leverde dat bijna 66 miljoen euro op. Geen klein bedrag, maar een jaar eerder was het nog bijna 73 miljoen. Een daling van 10 procent in een jaar tijd dus. Dat komt deels door de coronacrisis: een groot deel van het jaar kwam er bijna niemand in de kerk, waardoor de collecteopbrengsten veel lager uitvielen. De grootste kostenposten zijn de salarissen en het onderhoud van de (niet zelden monumentale) kerkgebouwen.

Om de verliezen op te kunnen opvangen moeten de parochies interen op hun vermogen. Dat gebeurt dan ook op grote schaal. Terwijl ze dat vermogen vaak ook beleggen: zonder het rendement op die beleggingen zouden de verliezen nog een stuk groter zijn. Sommige parochies zouden al failliet zijn gegaan als ze niet over vermogen hadden beschikt: van alleen de bijdragen van parochianen zouden ze nooit kunnen rondkomen. De belangrijke rol voor het vermogen, en de beleggingen die daarmee worden betaald, vormen bovendien een risico: het rendement is afhankelijk van wat de koersen doen. Tegelijkertijd zijn er ook parochies die geen of amper vermogen hebben, maar wel jaar na jaar worden geconfronteerd met dalende bijdragen van parochianen.

Eigen broek ophouden

Als gevolg van de krimp, en in een poging om de kosten te drukken, zijn veel parochies in de afgelopen jaren gefuseerd en werden honderden kerkgebouwen verkocht. Aan dat proces is nog lang geen einde gekomen.

Vaak wordt gedacht dat de rooms-katholieke kerk veel geld heeft, maar dat is in Nederland dus niet het geval. Parochies worden geacht hun eigen broek op te houden. Alleen in uiterste nood kunnen de bisdommen bijspringen, maar ook bij die bisdommen klotst het geld bepaald niet over de plinten.

Niemand zit te wachten op een lege kerk. Maar herbestemming is ingewikkeld