In de oude kerk vond vroeger iedere avond een lichtceremonie plaats.
Hierbij droeg een diaken een lamp binnen die plechtig werd ontstoken en er werden dankgebeden uitgesproken bij het licht.
Het gewijde licht stond symbool voor Christus.
“De nacht kon heel donker lijken, wij hebben Christus als de zon die niet ondergaat.”

Deze ceremonie is als heel vanzelfsprekend toegevoegd aan de paaswake.

De lichtritus is in de Middeleeuwen weggevallen, maar de paaswake heeft deze behouden en dat geeft deze viering een bijzondere glans. In het begin van de viering is het (schemer)donker.

Het stelt voor het duister van de dood, waar geen uitzicht is op licht. Zelfs God lijkt afwezig. Het Allerheiligste is dan ook nog elders aanwezig.

Het is stil.

Doodstil.

Toch zijn we bijeengekomen, omdat we aanvoelen dat er hoop en uitzicht is.